Ontstaan van glas-in-lood
Glas-in-lood is ontstaan in de tijd dat het technisch niet mogelijk was om grote stukken glas te fabriceren. Door kleine stukjes glas in loodprofielen te plaatsen en te verbinden, kon een groot raam gemaakt worden. Het lood wordt aan elkaar gesoldeerd en vormt, na het kitten van het raam, een stevig geheel.
In de Middeleeuwen werd ook al gekleurd glas verwerkt in glas-in-lood, als versiering, voornamelijk in kerken.
Inmiddels heeft glas-in-lood alleen nog een decoratieve waarde. Een waarde die niet onderschat mag worden. Het kleurenspel, gecombineerd met loodlijnen en de verschillende structuren van glas maken een glas-in-lood raam tot een waardevolle toevoeging aan uw woning.
Het straalt warmte uit en leeft!
Ook glas-in-lood ramen kunnen in dubbelglas geplaatst worden.
In de jaren '30 bereikte glas in lood in Nederland zijn absolute hoogtepunt in de woningbouw.
Waar het voorheen vooral in kerken en bij de elite te zien was, werd het toen een standaardonderdeel van de moderne architectuur, zoals in de bekende jaren '30-doorzonwoningen.
Hier zijn de belangrijkste kenmerken uit die tijd:
- Geometrische vormen: Geïnspireerd door de Art Deco en de Amsterdamse School verdwenen de sierlijke krullen. Er werd gekozen voor strakke lijnen, blokpatronen en rechthoekige vlakken.
- Het werd vooral toegepast in de bovenlichten (de kleine raampjes boven het gewone glas) en in de iconische en-suite deuren die de voorkamer van de achterkamer scheidden.
- Men gebruikte vaak warmere kleuren zoals geel, oranje, rood en diepblauw. Vaak werd gewerkt met gehamerd glas of 'kathedraalglas', dat wel licht doorlaat maar de inkijk beperkt.